Mevr. Xiaojing sterft als gevolg van tien jaar van wrede vervolging, terwijl haar echtgenoot nog steeds in de gevangenis vastgehouden wordt (Foto’s)

04-11-2009

(Correspondent uit Peking) Op 1 oktober 2009 om 06:00 ‘s morgens, na een lange periode gekweld, bedreigd en vreselijk vervolgd te zijn, sterft mevr. Yang Xiaojing terwijl haar echtgenoot dhr. Cao Dong in de gevangenis van Tianshui, provincie Gansu, achterblijft.

Naam: Yang Xiaojing (???)

Geslacht: Vrouw?Leeftijd: 45

Adres: Peking

Beroep: Computeriseringbureau van het Krachtfaciliteit Designinstituut van Peking (???????????)

Datum van overlijden: 1 oktober 2009

Datum van de meest recente arrestatie: 27 december 2009

Meest recente detentieplaats: Een hotel gelegen in de wijk Liuliqiao, Fengtai, Peking (?????????)

Stad: Peking

Ondergane vervolging: Elektrische schokken, slaapberoving, dwangarbeid, hersenspoeling, illegale veroordeling, gedwongen injecties, slagen, ophanging, gevangenschap, eenzame opsluiting, marteling, verkrachting, seksueel misbruik, dwangvoeding, afpersing, ontslaan van werkplaats, fysieke beperkingen, psychiatrie, huisplundering, ondervraging, detentie

Trouwfoto van dhr. Cao Dong en mevr. Yang Xiaojing

Dhr. Cao is afgestudeerd aan de Franse afdeling van de buitenlandse talenuniversiteit in Peking. Mevr. Yang Xiaojing en haar echtgenoot zijn negen jaar getrouwd, maar ze konden slechts samen zijn voor enkele weken. Mevr. Yang werd tweemaal veroordeeld tot gedwongen arbeid voor een totaal van vier jaar; dhr. Cao werd tweemaal naar de gevangenis gestuurd: één keer voor vier jaar en de andere keer voor vijf jaar.

Mevr. Yang studeerde af aan de informatiesysteemafdeling van de bosbouwuniversiteit in Peking. Ze huwde met dhr. Cao Dong op 24 februari 2000. Op 5 maart 2000 keerde dhr. Cao terug naar zijn huis in de stad Qingyang, in de provincie Gansu, om zijn verblijfsvergunning van Qingyang naar Peking te regelen. Op zijn terugweg naar Peking werd hij samen met zijn medebeoefenaar dhr. Gao Feng gearresteerd op de trein en ze werden allebei vastgehouden voor 17 dagen in een medicatie-rehabilitatiecentrum in de autonome regio van Inner Mongolië.

 

De wittebroodsdagen van mevr. Yang waren vol angst en zorgen. De CCP minister van haar werkgever, Wang Xiuyan, probeerde haar vele keren te dwingen tot het schrijven van een garantiebewijs om te stoppen met het beoefenen van Falun Gong en hij bedreigde haar: De administratie beval dat als er een Falun Gong beoefenaar was in het instituut die de hersenspoeling niet accepteerde, de bonussalaris van de bestuurders weg zou vallen en al de bonussen van het personeel en de woonvoordelen zouden allemaal verlaagd worden. Om te vermijden dat haar werkgever en collega problemen kregen omwille van haar geloof, werd ze gedwongen om haar job op te geven. Op 1 oktober 2000 kwam de lokale politie naar het huis van mevr. Yang en vertelde het jonge koppel om naar het politiestation te gaan. Ze weigerden en werden gedwongen om hun huis te verlaten om arrestatie te vermijden. Vanaf toen hadden ze hun huis verloren en hadden geen enkel inkomen.

Op 21 mei 2001 ging mevr. Yang terug naar huis om een douche te nemen en werd gearresteerd door politieagent Wu Liya, wie op haar had zitten wachten samen met andere politieagenten. Ze namen haar mee naar een tijdelijke hersenspoelfaciliteit gelegen in het Phoenix Hotel in het Dongcheng district. Mevr. Yang ging in hongerstaking voor zeven hele dagen om te protesteren tegen de vervolging. De politie nam haar mee naar het detentiecentrum in het Dongcheng district. Ze zagen dat ze de hersenspoeling weigerde en waren bang dat ze in beroep zou gaan voor Falun Gong, dus zonden ze haar naar de vijfde afdeling van het gedwongen arbeidskamp voor vrouwen in Peking voor een termijn van 18 maanden. De gevangenisdirecteur Chen Aihua instrueerde de gevangenen persoonlijk om mevr. Yang op wrede manier te martelen, haar te laten rechtstaan voor een lange tijd, haar niet te laten slapen en haar slecht eten en water te geven. Op 12 mei 2002 zond CCTV het verzonnen incident uit van “Guan Shuyun die haar dochter vermoordde” om Falun Gong te belasteren. De kampadministratie startte met een andere ronde van ernstige marteling van beoefenaars. Onder de enorme druk accepteerde mevr. Yang de hersenspoeling tegen haar wil.

Hierna had mevr. Yang een onheldere geest, welke zo bleef tot 2003. Ze werd vrijgelaten op 30 november 2002. Op het einde van december 2002 was ze niet volledig hersteld van de mentale en fysieke marteling, maar ze bezocht haar echtgenoot die in de Pingliang gevangenis in de provincie Gansu zat voor een termijn van vierenhalf jaar. Ze huurde een kamer in de stad van Pingliang voor 11 maanden en verdroeg vele moeilijkheden.

In april 2004 deden zes agenten van het politiebureau van het dorp Yayun, in het Chaoyang district in Peking, en politieagenten van de Binnenlandse Veiligheidsafdeling van de politieafdeling in het Chaoyang district, een inbraak in het huis van de ouders van mevr. Yang. Ze doorzochten het huis en tevens het huis van mevr. Yang. Mevr. Yang werd nogmaals gearresteerd en vastgehouden in de eerste afdeling van het gedwongen arbeidskamp voor vrouwen in Peking.

Mevr. Yang ervoer de wreedheid van de “aanvalsafdeling” in februari 2005. Vanaf 5:00 ’s morgens moest ze op een “hoge plank” (een vierkant plastieken bankje van 60 cm of ongeveer 23.62 cm grootte) zitten. Ze kon enkel op de zijkant ervan zitten met haar voeten samen. Haar voeten en benen moesten samengehouden worden want anders werd ze geslagen. Haar handen, met gesloten vingers, moesten op haar dijen rusten en haar ogen moesten recht vooruit staren. Als ze haar ogen sloot of slaperig werd, werd ze geslagen. Ze moest de hele dag op het bankje zitten behalve bij het eten. Sommige beoefenaars vielen van de “hoge plank” na er voor verscheidene dagen op gezeten te hebben. Er kwamen blaren op hun billen. Gedurende deze periode bestonden hun dagelijkse porties voor elke maaltijd uit een geringe portie rijst. Beoefenaars werden verboden om te slapen tot 24:00 ’s nachts. Twee medegevangenen zaten samen bij één enkele beoefenaar in een cel en verscheidene medegevangenen controleerden om de beurt een beoefenaar. Ze namen alles op wat de beoefenaar deed. Ze dwongen de beoefenaar om op de “hoge plank” te blijven zitten totdat ze “omgevormd” waren. De “aanvalsafdeling” werd maar pas ontbonden in augustus 2005.

In September 2005 stuurden de functionarissen mevr. Yang Xiaojing terug naar de eerste afdeling. Ze was zwak, maar directeur Chen Li dwong haar om zwaar werk te verrichten hetwelk van haar vereiste dat ze haar hoofd moest neerbuigen voor een lange tijd, wat resulteerde in ernstige nekpijn.

Om mevr. Yang te bevrijden, ontmoette dhr. Cao Dong de vice-president van het Europese Parlement dhr. Edward McMillan-Scott op 21 mei 2006 in Peking. Dhr. Cao informeerde dhr. McMillan-Scott over de brutale vervolging die hij, zijn vrouw en andere beoefenaars rondom hem hebben geleden. Twee uren na de meeting arresteerden veiligheidsagenten van het Chinese communistische regime dhr. Cao en transporteerden hem terug naar zijn thuisstad in de provincie Gansu. Dhr. Cao werd veroordeeld tot vijf jaar opsluiting op 8 februari 2007 en wordt sindsdienvastgehouden in de Tianshui gevangenis in de provincie Gansu.

Op het einde van augustus 2006 werd mevr. Yang Xiaojing vrijgelaten na misbruikt te zijn in het gedwongen arbeidskamp voor vrouwen in Peking. Ze zocht hulp door haar stem te laten horen aan het publiek, maar de agenten van het communistische regime bedreigden haar. Dhr. Cao Dong werd op onmenselijke manier gemarteld. Hij werd in het geheim vastgehouden in Peking voor meer dan drie maanden. Gedurende deze dagen werd zijn linkeroog bloeddoorlopen door de slagen, werd hij vastgebonden aan een stoel voor meer dan een twaalf uren per dag voor een periode van een maand werd zijn recht tot slaap ontnomen, werd hij gedwongen om luide belasterende video’s te bekijken, etc. Dhr. Cao begon met het braken van bloed, had bloed in zijn stoelgang, viel een keer flauw en werd driemaal in allerhaast naar het ziekenhuis gebracht. Hij werd eens naar het hersenspoelcentrum van het Chaoyang district gebracht. Om te ontsnappen aan internationale veroordeling, plaatste de politie dhr. Cao over om in het geheim vastgehouden te kunnen worden in het detentiecentrum van de Staatsveiligheidsafdeling in de provincie Gansu in het begin van september 2006.

De agenten van het regime publiceerden een formeel arrestatiebevel op 30 september 2006 en gaven het aan de ouders van dhr. Cao Dong in de stad Qingyang, provincie Gansu, maar mevr. Yang werd hier niet over geïnformeerd tot het einde van oktober 2006. Bij het zoeken naar rechtvaardigheid voor haar echtgenoot, begon mevr. Yang te reizen tussen Peking, Lanzhou, Pingliang en Qingyang om te zoeken naar een advocaat voor haar echtgenoot.

In februari 2007 werd dhr. Cao verhoord in de stad Lanzhou, provincie Gansu. De advocaat argumenteerde succesvol voor een reductie in criminele beschuldigingen. De advocaat ging er ook mee akkoord om te continueren met het appelleren voor dhr. Cao. Onder dwang van de agenten van het Nationale Veiligheidsbureau, was de advocaat echter bang om tijdens het tweede onderzoek te vermelden dat de CCP organen van levende beoefenaars verhandelt. Het tweede onderzoek eindigde met een geschreven verklaring in maart 2007.

In augustus 2007 contacteerden mevr. Yang en de vriend van dhr. Cao Dong, musicus Yu Zhou, advocaten voor hulp. Kort hierna werd dhr. Yu Zhou gearresteerd. Mevr. Yang werd dakloos en moest rondtrekken om vervolging te vermijden.

Mevr. Yang zag haar echtgenoot in de Tianshui gevangenis in eind 2007. Hij beschreef zijn beproevingen aan haar tijdens het korte bezoek, wat haar nog meer verdriet bracht.

In december 2007 keerde mevr. Yang terug naar Peking. Op 27 december ging ze terug naar huis om de huur te betalen. Werknemers van het lokale gemeenschapscentrum die buiten aan haar huis stonden, rapporteerden haar aan de politie. Politieagenten Liu Jiang en Liu Tao van het Jianguomen politiebureau, Yang Zhongwen, directeur van het lokale 610 Bureau en twee andere politiemannen van het politiebureau in het Dongcheng district, braken haar huis in, droegen haar gedwongen naar beneden en duwden haar in een auto. Ze reden haar naar het Dongzhimen politiebureau. Afdelingshoofd Liu Yugang zei op een wrede manier: “We stonden erop om Cao Dong in een gevangenis in noordwest China te steken terwijl we jou achterlieten in Peking.” Hierna droegen verscheidene politiemannen in burger mevr. Yang naar een zwarte auto en namen haar mee naar een hotel in het Liuliqiao gebied van het Fengtai district en sloten haar daar op voor een hele dag.

Na haar vrijlating vond mevr. Yang dat haar huissleutel weggenomen was en er waren twee voertuigen geparkeerd onder het gebouw waar haar ouders woonden. Ze werd nogmaals gedwongen tot ballingschap tijdens de koude winter.

Mevr. Yang hoorde het nieuws over de arrestatie van dhr. Yu Zhou en zijn vrouw mevr. Xu Na in februari 2008. Dhr. Yu Zhou stierf als gevolg van de brutaliteit in maart en mevr. Yang huilde om haar vriend. De droefheid en druk gaven haar bijna een mentale ineenstorting en kort hierna werd ze fysiek zwak. In juli 2008 kreeg ze knobbels in haar nek en onderarmen, wat leidde tot een diagnose van lymphoma in het Xijin ziekenhuis in Xi’an, provincie Shaanxi, begin augustus 2008. Mevr. Yang leefde in pijn. Ze kon niet op normale manier neerliggen en noch kon ze veel eten.

Mevr. Yang Xiaojing’s oude ouders waren bezorgd om hun dochter. De directeur van het bureau van de gemeenschapsadministratie, Li Heping, riep vaak op om hen te kwellen en controleren. Agenten kwamen naar hun huis om hen te kwellen op gevoelige datums. Haar 72-jaar oude vader moest in Xi’an blijven en zorgen voor zijn zieke dochter. Het oude koppel gebruikte hun beperkte pensioeninkomen om mevr. Yang, die met extreme pijn worstelde, te steunen. Uiteindelijk kreeg ze geelzucht, haar benen zwollen op en haar linkerborst ontwikkelde knobbels. Ze was niet in staat om neer te liggen sinds juli 2009. Ze stierf om 05:00 ’s morgens op 1 oktober 2009 in Xi’an.

Mevr. Yang Xiaojing overleden
Het hart van haar oude vader was gebroken


Op 1 oktober 2009 om 17:00 ‘s avonds reed de oude vader van mevr. Yang zeven uren naar de Tianshui gevangenis en smeekte de gevangenisadministratie om dhr. Cao Dong toe te laten zijn vrouw nog één laatste keer te zien. De wachters Zhou en Liu Jiangtao weigerden met het excuus dat tijdens de Eerste Nationale Dag van het vakantieseizoen in oktober, er geen verantwoordelijken beschikbaar waren om het besluit te maken. Ze vertelden de oude man om te wachten tot de vakantie voorbij was.

Guo Jianzhong, directeur van het Lanzhou gevangenisbureau, adres: 222-Ningjingstraat, Chengguan district, stad Lanzhou, provincie Gansu, zip code 730030 ?Zheng Guhai, wachter van de Tianshui gevangenis?Adres van de Tianshui gevangenis: P.O. Box 100 (196-Jianshe straat), Qinzhou district, stad Tianshui, provincie Gansu zip code 74100.

 

Gerelateerde verslagen:
http://www.clearwisdom.net/html/articles/2009/9/9/110683.html;

http://www.clearwisdom.net/emh/articles/2009/2/7/104607.html;

http://www.clearwisdom.net/emh/articles/2008/5/5/97050.html

Geschreven op 5 oktober 2009

Engelse versie beschikbaar op http://clearwisdom.net/html/articles/2009/10/8/111400.html
Chinese versie beschikbaar op http://www.minghui.cc/mh/articles/2009/10/6/209823.html


DEEL DIT ARTIKEL VIA: