Deel III: De aanloop naar de vervolging van Falun Gong

Falun Gong Beoefenaars tekenen massaal protest aan op 20 juli 1999

Op de ochtend van 20 juli begon de Chinese staatsgecontroleerde media het land te overspoelen met anti Falun Gong haatpropaganda, en zowel de ether als de gedrukte pers stonden bol van verzinsels en valse beschuldigingen. Het propaganda-apparaat zond berouwvolle “bekentenissen” en “afzweringen” uit van “heropgevoede” Falun Gong beoefenaars om Falun Gong beoefenaars, hun families en sympathisanten te verontrusten. De nacht ervoor, tijdens een grootschalige landelijke razzia, hadden de autoriteiten alle beoefenaars gearresteerd waarvan zij meenden dat ze een belangrijke positie hadden in de Falun Gong “organisatie”. De autoriteiten waren ervan overtuigd dat zonder deze “hoofdfiguren” de Falun Gong “organisatie” zou instorten en dat de 100 miljoen Falun Gong beoefenaars gewoonweg zouden verdwijnen onder de hoge druk.

Het resultaat van het beroep van de Falun Gong beoefenaars was arrestatie en opsluiting; beoefenaars werden samengepakt en naar verschillende gevangenissen en werkkampen gestuurd.

De dagen die erop volgden echter kwamen er tienduizenden Falun Gong beoefenaars in vrijwel elke grote stad in China, spontaan en masse beroep aantekenen bij het gemeentelijke en provinciale bestuur. Een groot aantal beoefenaars vertrokken zelfs meteen naar Peking om er protest aan te tekenen bij de centrale overheid. Getuigen beweren dat er miljoenen naar Peking afzakten in de eerste twee dagen. Niet om amok te maken, maar om in vrede en met hoop in de regering te getuigen over de goedheid van Falun Gong vanuit hun eigen ervaringen, en om erop aan te dringen dat de regering haar vergissing een vervolging te lanceren op basis van valse beschuldigingen, zou corrigeren.

Het interesseerde de autoriteiten echter weinig wat de Falun Gong beoefenaars te zeggen hadden. De vreedzame optocht werd ontvangen met brutaal politiegeweld: 80-jarige vrouwen werden met matrakken geslagen, zwangere vrouwen werden geschopt, kinderen kregen klappen, vrouwen werden de kleren van het lijf gescheurd op klaarlichte dag. In scherp contrast met het politiegeweld, bleven de Falun Gong beoefenaars helemaal vreedzaam; geen enkele Falun Gong beoefenaar in het hele land sloeg ook maar één keer terug.

Niemand weet hoeveel Falun Gong beoefenaars er beroep aantekenden op 20 juli 1999. Wat men wel weet is dat hun aantal zo groot was dat er niet genoeg gevangenissen waren om ze allemaal in vast te houden. De politie dreef de overige beoefenaars met geweld samen in sportarena’s en grote opslagplaatsen, waar ze van de beoefenaars eisten dat zij hun identificatie en werkplaats opgaven. De nietsvermoedende beoefenaars hadden niets te verbergen en stemden toe, niet wetend dat deze informatie later gebruikt zou worden voor verdere vervolging. De politie beval de werkplaatsen vervolgens de Falun Gong beoefenaars te komen afhalen.

20 juli 1999 ging de geschiedenis in als het begin van een nooit eerder geziene vervolging. Jiang Zemin nam naar schatting één miljoen mensen in dienst om Falun Gong te vervolgen, bouwde honderden nieuwe gevangenissen, hersenspoelingcentra en werkkampen. De staatstelevisie zond wel 7 uur per dag haatpropaganda tegen Falun Gong de ether in, en de propaganda beperkte zich niet enkel tot de traditionele media zoals radio, tv, kranten en tijdschriften: lagere schoolkinderen werden gedwongen anti-Falun Gong gedichtjes op te zeggen, toelatingsexamens voor hogere studies en sollicitatieformulieren bevatten meerdere anti-Falun Gong gerichte vragen, zelfs buskaartjes hadden anti-Falun Gong leuzen op de achterkant gedrukt. In deze storm van misleiding en terreur, hielden de Falun Gong beoefenaars zich moedig, en bleven vreedzaam onder alle geweld.

(wordt vervolgd)

Origineel: www.falunhr.org
http://www.falunhr.org/index.php?option=content&task=view&id=390&Itemid=78

DEEL DIT ARTIKEL VIA: