VS Senaat: Grote aantallen Falun Gong beoefenaars het mikpunt van vervolging en arrestatie in 2009

13-11-2009

New York – In zijn Jaarverslag van 2009 dat 10 oktober werd vrijgegeven, documenteert de Uitvoerende China Commissie van de Amerikaanse Senaat uitgebreid de voortgezette en geïntensifieerde vervolging van Falun Gong beoefenaars door het Chinese veiligheidsapparaat over het afgelopen jaar. Het onderdeel over Falun Gong citeert, in het bijzonder, de betrokkenheid van top Chinese Communistische Partijambtenaren in het delegeren van een ‘Sla hard’-campagne tegen Falun Gong, alsook de forse activiteiten van het illegale 610 Bureau bij het uitvoeren van zulke richtlijnen.

“De overheid behield zijn lang volgehouden verbod tegen de spirituele beweging Falun Gong [in 2009],” verteld het rapport. “De tiende verjaardag [van het verbod] werd als gevoelig beschouwd, waardoor de centrale overheid in 2009 vasthield aan zijn inspanningen die zij deed in het kader van  de voorbereiding op de Olympische Spelen in 2008 om Falun Gong beoefenaars op te sporen en te straffen.

“De autoriteiten voerden propaganda campagnes die Falun Gong bespotten, bevalen strikte bewaking van beoefenaars, hielden grote aantallen beoefenaars vast en zette hen gevangen en, onderwierpen sommigen, die weigerden om Falun Gong af te zweren, aan marteling en misbruik door heropvoeding in arbeidskampen. Internationale media en Falun Gong bronnen rapporteerden eveneens de dood van beoefenaars in Chinese gevangenschap in 2008 en 2009.”

De Uitvoerende Congres Commissie over China is een speciaal samengesteld orgaan van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden, de Senaat en een uitvoerende tak die gevestigd werd in 2000 om mensenrechten in het oog te houden en de ontwikkeling van de rechtstaat in China. Zijn 400 pagina’s tellend jaarrapport, uitgegeven op 10 oktober, is een gedetailleerd verslag van een brede waaier van onderwerpen, waaronder vrijheid van geloof, vrijheid van mening, en het functioneren van het rechtsstelsel. Het onderzoek naar Falun Gong is gebaseerd op officiële Chinese documenten en websites, rapporten van internationale media en mensenrechtengroepen, en getuigenissen van Chinese advocaten en voormalige gewetensgevangenen.

Belangrijkste bevindingen en bewijsmateriaal

Vier kernconclusies komen naar voren uit het CECC onderzoek, die verband houden met de huidige vervolging die Falun Gong beoefenaars ondergaan in China. Aansluitend op de verkorte lijst hieronder, wordt een meer uitgebreide uitleg gegeven waarbij voorbeelden van relevant bewijsmateriaal gegeven worden in het rapport. Voor een volledig overzicht van de Falun Gong gerelateerde uittreksels, zie CECC 2009 Annual Report (excerpts):

  1. Het voortzetten van de tien jaar lange vervolging door de CCP tegen Falun Gong, was een kernprioriteit in de harde aanpak in 2009 op nationaal niveau. De harde aanpak werd geleid door de top partijleiders – inclusief Vice--president Xi Jinping en lid van het Vast Comité van het Politburo, Zhou Yongkang – en uitgevoerd door het openbare veiligheidsbureau en lokale partijtakken door het hele land heen.
  2. Grote aantallen Falun Gong beoefenaars over het hele land bleven onderworpen aan toezicht, detentie, “heropvoeding via arbeid” en misbruik in gevangenschap, wat in sommige gevallen leidde tot de dood.  Tijdens het jaar bleven bezorgdheden opduiken over orgaanoogst bij Falun Gong gewetensgevangenen die daartoe geen toestemming gaven, inclusief vanwege de VN Speciale Rapporteur over Marteling.
  3. Uitgebreide pogingen werden gedaan, geleid door het 610 Bureau, om Falun Gong beoefenaars te belasteren onder Chinese burgers en om het publiek te mobiliseren om bij te dragen aan de arrestatie van beoefenaars – inclusief via speciale lessen op school en financiële beloningen voor informanten.
  4. De CCP en het 610 Bureau bleven politieke controle gebruiken over het rechtssysteem, de advocatuur, en wetshandhavinginstanties om de basisrechten van Falun Gong beoefenaars op een eerlijk proces en toegang tot een advocaat, systematisch te ontkennen. Deze pogingen hielden directe instructies aan rechters in, over hoe er beslist moest worden over Falun Gong zaken. Daarnaast werd een toename vastgesteld in de aantijgingen en intimidatie van Chinese advocaten die Falun Gong cliënten verdedigen.

 

Belangrijkste bevindingen en bewijsmateriaal uit het CECC rapport

(1) Het voortzetten van de tien jaar lange vervolging door de CCP tegen Falun Gong, was een kernprioriteit in de harde aanpak in 2009 op nationaal niveau. De harde aanpak werd geleid door de top partijleiders – inclusief Vice-President Xi Jinping en lid van het Vast Comité van het Politburo, Zhou Yongkang – en uitgevoerd door het openbare veiligheidsbureau en lokale partijtakken door het hele land heen.

Richtlijnen van het openbaar veiligheidsbureau: “De hoge prioriteit die partijleiders geven aan de ‘strijd’ tegen Falun Gong, werd gedemonstreerd door de integratie van één van de belangrijkste doelstellingen voor een ‘Sla hard toe’-campagne in een richtlijn [van februari 2009] die dit jaar de agenda bepaalde voor openbare veiligheidsbureaus over heel het land” (pag. 353).

Project 6521: “Chinese autoriteiten plaatsten de anti - Falun Gong campagne prominent op de agenda van een speciale openbare veiligheidsgevechtsgroep genaamd ‘Project 6521’, welke naar verluidt opgericht werd om de ‘sociale stabiliteit’ te behouden tijdens vier gevoelige verjaardagen in 2009, waaronder de tiende verjaardag van de stille betoging door Falun Gong beoefenaars op 25 april bij het partijhoofdkwartier in Beijing.” (pag. 121)

“De aanwezigheid van twee van China’s topleiders aan het roer van Project 6521, Vice-president Xi Jinping [gezien door vele experts als een waarschijnlijke opvolger voor Hu Jintao] en Zhou Yongkang, wijst op het belang dat de Partij toekent aan zijn politieke ‘strijd’ tegen Falun Gong...Provinciale en lokale overheden werden naar verluidt verplicht om tijdelijke 6521 gevechtsgroepen op te zetten, die geleid werden door de lokale afgevaardigde partijsecretaris en chef openbare veiligheid, terwijl provinciale en lokale autoriteiten gelast werden om hun implementatie van Project 6521 te rapporteren aan de lokale en provinciale gevechtsgroepen.” (pag. 353)

(2)  Grote aantallen Falun Gong beoefenaars over het hele land bleven onderworpen aan toezicht, detentie, “heropvoeding via arbeid” en misbruik in gevangenschap, wat in sommige gevallen leidde tot de dood.  Tijdens het jaar bleven bezorgdheden opduiken over orgaanoogst bij Falun Gong gewetensgevangenen die daartoe geen toestemming gaven, inclusief vanwege de VN Speciale Rapporteur over Marteling.

(3) Uitgebreide pogingen werden gedaan, geleid door het 610 Bureau, om Falun Gong beoefenaars te belasteren onder Chinese burgers en om het publiek te mobiliseren om bij te dragen aan de arrestatie van beoefenaars – inclusief via speciale lessen op school en financiële beloningen voor informanten.

(4) De CCP en het 610 Bureau bleven politieke controle gebruiken over het rechtssysteem, de advocatuur, en wetshandhavinginstanties om de basisrechten van Falun Gong beoefenaars op  een eerlijk proces en toegang tot een advocaat, systematisch te ontkennen. Deze pogingen hielden directe instructies aan rechters in, over hoe er beslist moest worden over Falun Gong zaken. Daarnaast werd een toename vastgesteld in de aantijgingen en intimidatie van Chinese advocaten die Falun Gong cliënten verdedigen.

Bron: http://www.faluninfo.net/article/918/?cid=8