Censuur

Om de anti-Falun Gong propaganda volledig in de maatschappij door te laten dringen heeft het Chinese regime getracht om alternatieve opinies het zwijgen op te leggen. Deze inspanning hiertoe is zowel door expliciete als ook impliciete censuur teweeg gebracht.

Expliciete censuur betekende het verbannen van alle boeken, artikelen, bandopnames, video’s, flyers en andere items die Falun Gong in een positief daglicht stelden.

Gedurende de eerste drie maanden na de lancering van de haatcampagne in juli 1999, tegen Falun Gong, werden meer dan 21 miljoen Falun Gong gerelateerde boeken geconfisqueerd. Er werden op straat grootschalige boekverbrandingen georganiseerd in steden. (photos [link to http://hqphoto.minghui.org/photo_high/allimages/destroybook.jpg).

Het plunderen van huizen door politie en buurtcomité leden (spionnen van de gemeenschap) heeft geresulteerd in het confisqueren van meer dan 10 miljoen additionele Falun gong boeken sinds 1999.

Alle Falun Gong websites, inclusief de buitenlandse sites, zijn geblokkeerd sinds de aanslag van de haatcampagne; enkel een bezoek aan een website kan ervoor zorgen dat iemand in de gevangenis belandt. Zelfs gewone buitenlandse media websites zijn geblokkeerd zodra ze items uitzonden over de vervolging van Falun Gong. Er zijn volgens CNN zo veel als 10.000 internetagenten bezig met het monitoren van online activiteiten (zie de internet sectie op deze website).

Gewoonlijk, hoeft de Chinese regering niet haar toevlucht te nemen tot expliciete censuur om alternatieve opinies het zwijgen op te leggen. Het is grotendeels afhankelijk van impliciete censuur. In andere woorden: journalisten en redacteurs binnen de Chinese media organisaties plegen zeer streng zelfcensuur omdat ze onder het waakvol oog staan van de Partij.

Als gevolg van het beleid van censuur, is het een decennium lang onmogelijk geweest om ook maar een publieke uiting te vinden in verdediging van Falun Gong – niet in communicatie binnen de regeringskringen, noch in de media, noch in de academische wereld.

Diegenen die zich uitgesproken hebben, liepen een groot persoonlijk risico en betalen vaak een hoge prijs. Enkel het plaatsen van een bericht op internet kan een persoon gevangenisstraf opleveren – nieuwe wetten stigmatiseren zulke daden als ‘subversief’. Individuen zijn veroordeeld tot jaren gevangenschap alleen voor het bezoeken en uitprinten van materiaal van verbannen Falun Gong sites. In december 2004 vond een arrestatieronde plaats waarbij 11 mensen gevangen werden genomen voor het online plaatsen van bewijs van martelpraktijken (zie Reporters Without Borders nieuwsitem http://www.rsf.org/article.php3?id_article=12179)

Nadat mensenrechtenadvocaat Gao Zhisheng bijvoorbeeld aan de Partijleiders een pleidooi schreef voor de beëindiging van hun martelcampagne tegen de Falun Gong werd hij en zijn familie onder surveillance geplaatst. Hij is herhaaldelijk gevangengenomen en gemarteld. Hij schreef een boek; “A China more just”, van zijn beproevingen voor hij een tijd lang verdween in 2007 (http://www.broadbook.com/english/1product.asp?id=216). 13 April 2009 werd hij publiekelijk mishandeld door politie, op dezelfde dag dat de Chinese regering een rapport uitbracht om de internationale kritiek over de mensenrechtensituatie in China te sussen (http://www.theepochtimes.com/n2/content/view/15865/ ).

Wat de Chinese mensen rest is een ondergrondse communicatielijn waarin informatie over gevoelige onderwerpen zoals over Falun Gong verkregen kan worden door ‘onwettige’ folders, privé conversaties en voor diegenen met de technische mogelijkheden – verboden websites.